Wat is 'Gastvrijheid?' 


Het thema van onze parochiële Startdagviering op zondag 13 september 2015 was: 'Gastvrijheid'. Een thema dat zo aan het eind van 2015 zeer actueel is. Veel mensen zijn op de vlucht geslagen in onze wereld. Hoe gastvrij zijn wij? Naar onze naasten.. naar die onbekende.. 

Pastor Thea Epskamp hield een overweging bij de Schriftlezingen:

  • Genesis 18, 1-10a over Abraham die de Heer op bezoek krijgt
  • Lucas 19, 1-10 over het bezoek van Jezus aan Zacheüs.

Hieronder volgt de tekst van deze overweging voor een ieder ter bezinning.

Eigenlijk dóe je dat niet, hè: jezelf uitnodigen. Tenminste ... 't is niet 'zoals 't 'heurt'. Maar Jezus blijkt zich niet te storen aan zulke conventies. "Hé, Zacheüs, vandaag moet ik bij jou te gast zijn!" roept Hij.


Ook bij Abraham dient zich onverwacht een gast aan. Het is de Heer, hoorden we, en dat zijn er dan drie. Daar staan wij als christenen natuurlijk helemaal niet van te kijken, want wij zijn vertrouwd met het model van één God in drie personen. Maar dat terzijde. Abraham ziet, terwijl hij voor de ingang van zijn tent zit, drie mannen staan. In het felle tegenlicht, denk ik, want er staat dat 't op 't heetst van de dag is. Waarschijnlijk zat hij even te dommelen, en dan is hier misschien sprake van een droom.

In de Bijbel fungeert een droom nogal eens als een godsopenbaring; denk maar aan de drie wijzen die in een droom gewaarschuwd werden, niet terug te keren naar Herodes, maar langs een andere weg naar huis te gaan. Je zou dus kunnen denken dat Abraham hier een verschijning beleeft: 'De Heer verscheen aan Abraham', staat er dan ook. En Abraham schiet, zoals dat in het Midden-Oosten gebruikelijk is, meteen in de rol van gastheer: zorgzaam, respectvol, royaal. Hij laat van alles aanrukken om 't zijn gasten naar de zin te maken. Ook bij Zacheüs - onverhoeds tot gastheer gebombardeerd – is er geen enkele aarzeling of terughoudendheid. 'Hij klom vlug naar beneden en ontving Jezus vol blijdschap', hoorden we. Zacheüs, de tollenaar en daardoor een buitenstaander, die Jezus vanuit een boom nieuwsgierig bespiedde ...

Zacheüs als buitenstaander

Nadenkend over het thema gastvrijheid, is hij voor ons een interessante figuur. Je zou hem model kunnen laten staan voor menige rand- of buitenkerkelijke in onze tijd. Mensen als Zacheüs zijn zoekend en nieuwsgierig, maar willen ook afstand houden. Ze zijn niet vijandig of onverschillig, maar hebben zo hun eigen redenen om zich niet in de gelovige massa te begeven. 
Bijvoorbeeld vanwege de pijn van onbeantwoorde levensvragen, of vanwege het mysterie van het kwaad in de wereld, of vanwege misstanden in de kerk ... Of omdat het kerkelijk leven met z'n overgeleverde vormen, taal en praktijken niet meer lijkt te passen bij hun levensstijl. 
Bovendien lijken veel mensen geen grote sociale verbanden meer nodig te hebben om hun leven in te richten; de vaste gemeenschap van een kerk is vervangen door losse en wisselende netwerken van mensen met wie je je op een bepaald punt voor een bepaald moment verwant voelt.

Toch menen wij als kerkelijke geloofsgemeenschap, dat we deze 'Zacheüssen' iets te bieden hebben dat hen kan helpen bij hun zoeken naar zin en betekenis in hun leven, bij hun zoeken naar God. We ontwikkelen allerlei boeiende initiatieven en roepen: "Kom naar beneden, ons huis staat voor je open, je bent welkom!" Dat lijkt dan heel gastvrij. Maar ís 't dat wel?

Gastvrijheid is een complex vraagstuk

De vraag naar gastvrijheid laat zich uiteraard veel breder stellen dan alleen op het gebied van de kerken. Het is een hoogst actueel thema in de nationale en internationale samenleving, waarin massa's asielzoekers op zoek zijn naar veiligheid en betere toekomstmogelijkheden, waarin er discussie is over de vraag of zogenoemde 'illegalen' recht hebben op bed, bad en brood, waarin sommige politici het sluiten van de grenzen bepleiten, waarin buitenlanders met een verblijfsstatus de huurwoningmarkt onder druk zetten ... kortom: waarin gasten ongenood op onze stoep staan met de mededeling: "Vandaag moet ik in jouw huis te gast zijn." Dat vraagt om bezinning op het begrip 'gastvrijheid'.

Als gastvrijheid betekent, dat we – min of meer schoorvoetend – opvang regelen en zonder meer verwachten dat de anderen zich aanpassen aan onze manieren, bouwen we afstand in: beveiligen we onze eigen positie en verworvenheden tegen vreemde invloeden en aanspraken. Terwijl het wezen van gastvrijheid toch te maken heeft met openheid en hartelijkheid.

Het is een complex vraagstuk waarop geen makkelijk antwoord te geven is. Ook wij in onze kerk, in onze parochie, breken ons 't hoofd over de vraag hoe we gastvrijheid gestalte kunnen geven. We zouden de afstand tot de Zacheüssen willen overbruggen, maar gaan daarbij vaak vooral uit van de vanzelfsprekendheid van onze eigen positie. Vaak hebben onze missionaire activiteiten de bedoeling, de kerken weer gevuld te krijgen met mensen die onze gelederen komen versterken. Maar bij echte gastvrijheid gaat 't in de eerste plaats om die ander, de gast.

Gastvrije parochie

Bij de voorbereiding van deze viering vroegen we ons af, wat dat zou kunnen zijn: een gastvrije parochie. Daar kwamen omschrijvingen uit als: een parochie die gericht is op ontmoeting, met de bereidheid om wederzijds van elkaar te horen en te leren. En: een parochie waar je wordt aanvaard zoals je bent, ook al voldoe je niet aan de officiële normen. En: een parochie waar je de vrijheid krijgt om je eigen plaats te kiezen: vooraan of dicht bij de uitgang, met andere woorden: of je volledig meedoet met het kerkelijk leven, of liever af en toe een keer binnenloopt, en dat je daarom niet minder wordt gewaardeerd. Het zijn belangrijke noties als 't gaat om gastvrijheid: ontmoeting, aanvaarding, vrijheid.

Waaruit naar voren komt dat gastvrijheid allereerst een innerlijke houding is: een houding van ruimte geven. Voor de parochie betekent dat dan, dat wij ruimte moeten scheppen waarin God zijn werk kan doen, waar we de Geest van God zijn eigen gang laten gaan om mensen te inspireren. En die ruimte gaat ons kerkgebouw te buiten. Sterker nog: het volstaat niet om onze kerkdeur open te zetten met een bord 'Welkom' erboven; we zullen eropuit moeten om die ander op te zoeken in zijn eigen levensruimte.

Daar kan 'kerk-zijn' gebeuren. Want dat is het opmerkelijke van wat Jezus doet in contact met Zacheüs. Hij zegt niet: 'Kom, volg mij', maar: 'Ik kom bij jou.' Hij begeeft zich in het leven van Zacheüs met alles wat daarin is aan eigendunk, hebzucht, lafheid, maar ook: schaamte, verdriet, verlangen ... Waarover hun gesprek gaat vermeldt het evangelie niet, maar het doet Zacheüs geweldig goed. Hij voelt zich een ander mens en kan aan zijn leven een nieuwe richting geven. Als Jezus' gastvrijheid dan bestaat uit: de ander te zien en te aanvaarden als de mens die hij is, en hem onvoorwaardelijk tegemoet te komen, dan is dat een voorbeeld voor de kerk, voor onze parochie. Bijzonder is, dat daarbij de grens tussen gast en gastheer verschuift: Zacheüs ontvangt Jezus, maar Jezus ontvangt ook Zacheüs.

Echte gastvrijheid is wederzijds

Echte gastvrijheid is dus wederzijds: het raakt aan beider levens. Dat zoiets niet altijd makkelijk is, weten wij uit eigen ervaring: in onze relaties met degenen die dichtbij ons staan én met mensen die ver van ons af staan. Het kost soms moeite om niet te oordelen, niet te claimen, je open te durven stellen omdat de visie van die ander waardevol kan zijn, ook voor jou, om iets prijs te geven van je eigen vanzelfsprekendheden omwille van die ander ... Als wij ons als parochie zo ontwapend en ontwapenend, zo open en ruimhartig zouden opstellen naar anderen, of dat nu andersdenkenden zijn buiten of binnen de kerk, kan dat de vraag oproepen naar onze identiteit: hoe pas je je aan aan de gasten, zonder je eigenheid te verliezen?

Het is een vraag die binnen onze parochie speelt in de wisselwerking tussen de vicariaten. De vrees te veel concessies te moeten doen, verworvenheden te moeten opgeven, ruimte te moeten afstaan, maakt afhoudend en zelfs wantrouwig. De manier waarop we hierin te werk gaan zal een groot beroep doen op onze gastvrijheid en de mate waarin wij ons een gewaardeerde gast kunnen voelen bij elkaar. Het is goed om ons daarbij te realiseren, dat wij in wezen allemaal gast zijn. We zijn gast op aarde: we komen en we gaan met lege handen, niets is van ons. En we zijn te gast bij God. En tegelijk hopen we, dat Hij te gast wil zijn bij ons, zoals Hij bij Abraham kwam en zich bij hem thuis voelde als bij een goede vriend. Overigens zit er nog een ander aspect aan dat bezoek van God aan Abraham, dat buiten het kader van onze lezing valt.

God schenkt toekomst

Het verhaal vertelt namelijk verder dat Sara, Abraham's vrouw, achter het gordijn staat te luisteren naar het gesprek, en als ze de Heer hoort zeggen dat zij volgend jaar een zoon zal hebben, kan ze zich niet inhouden en proest ze 't uit. Belachelijk vindt ze 't, want zij en Abraham zijn al oud en zij is al lang niet meer vruchtbaar.Hoe zou dat dan moeten? Ook Abraham had de hoop op nageslacht al zo goed als opgegeven, hoewel God 't beloofd had. Toch, tegen hun verwachting in, wordt een jaar later Isaäk geboren. Waarmee maar gezegd wil zijn dat God zich houdt aan zijn belofte dat Hij – hoe dan ook – leven, toekomst zal schenken.

Ook voor ons als kerk, als parochie, is dat troostvol en bemoedigend: God schenkt ons toekomst, ook al zal het misschien niet op de manier en op de tijd zijn die wij in gedachten hebben. 'Vandaag wil ik bij jou te gast zijn', krijgen ook wij vandaag te horen. Dat is het begin van nieuw leven, nieuwe toekomst. Laten we ons er, met een actieve én ontvankelijke houding, voor open stellen.

thea epskamp.JPG