40 dagen biddend op weg naar Pasen: week 6 - 2018

 

Maandag 19 maart 2018

 

Psalm 130, 5 – 8

5Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar hem en verlangt naar zijn woord, 6mijn ziel verlangt naar de Heer, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen. 7Israël, hoop op de HEER! Bij de HEER is genade, bij hem is bevrijding, altijd weer. 8Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden.

Marcus 12, 1 – 17

1Hij begon tegen hen te spreken in gelijkenissen: ‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis. 2Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; 3maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug. 4Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden. 5Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood. 6Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 7Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.” 8Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard. 9Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. 10Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. 11Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”’ 12Daarop wilden ze hem gevangennemen, want ze wisten dat hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze hem staan en gingen weg.

13Ze stuurden enkele farizeeën en herodianen naar hem toe om hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken. 14Toen ze bij hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat u oprecht bent en dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’ 15Maar omdat hij hun huichelarij doorzag, antwoordde hij: ‘Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’ 16Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ ‘Van de keizer,’ antwoordden ze. 17Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ En ze waren met stomheid geslagen.

 

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Koeweit en Centraal-Afrikaanse republiek(O.D. no 34 en 35); Politieke, militaire en religieuze leiders

de dichtbije samenleving – Ambulancemedewerkers; St. Dorcas; kinderdienst-leiding

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

Dinsdag 20 maart 2018

 

Psalm 33, 1 – 5

1Juich, rechtvaardigen, voor de HEER, de oprechten moeten hem loven. 2Huldig de HEER bij de klank van de lier, speel voor hem op de tiensnarige harp. 3Zing voor hem een nieuw lied, speel en zing met overgave. 4Oprecht is het woord van de HEER, alles wat hij doet is betrouwbaar. 5Hij heeft recht en gerechtigheid lief, van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.

 

Marcus 12, 18 - 34

18Er kwamen enkele sadduceeën naar hem toe; volgens de sadduceeën is er geen opstanding uit de dood. Ze vroegen hem: 19‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” 20Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder nakomelingen; 21de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder nakomelingen; en met de derde ging het net zo. 22Geen van de zeven kreeg nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. 23Wiens vrouw zal ze dan zijn bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ 24Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God. 25Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. 26Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”? 27Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!’ 28Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ 29Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; 30heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” 31Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ 32De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere god dan hij, 33en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’ 34Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

 

We bidden in ieder geval voor

de wereld –  Palestijnse gebieden en Mali (O.D No 36 en 37); Verenigde Naties; slachtoffers van mensenhandel en/of seksueel geweld

de dichtbije samenleving – Onderwijsvoorzieningen; vacatures in kerken; mensen die dit jaar de kerk verlieten; (Tekort aan) pleeggezinnen

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

 

Woensdag 21 maart 2018

 

Psalm 119: 89 - 91

89HEER, voor eeuwig staat uw woord in de hemel vast. 90Uw trouw duurt van geslacht op geslacht, u hebt de aarde gegrondvest en zij houdt stand. 91Naar uw voorschriften blijven hemel en aarde bestaan, alles is aan u onderworpen.

 

Marcus 12, 35 – 13, 10

35Jezus vroeg de mensen bij zijn onderricht in de tempel: ‘Hoe kunnen de schriftgeleerden beweren dat de messias een zoon van David is? 36Zelf heeft David, geïnspireerd door de heilige Geest, gezegd: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 37David noemt hem Heer, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ De talrijke aanwezigen luisterden graag naar hem. 38Tijdens zijn onderricht zei hij: ‘Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, 39en een ereplaats willen in de synagogen en bij feestmaaltijden: 40ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!’ 41Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. 42Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans. 43Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; 44want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.’ 13-1Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’ 2Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet – wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ 3Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: 4‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’ 5Jezus antwoordde: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 6Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zich voor mij zullen uitgeven, en ze zullen veel mensen misleiden. 7Als jullie berichten horen over oorlog en oorlogsdreiging, wees dan niet verontrust. Die dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde nog niet gekomen. 8Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën. 9Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor gouverneurs en koningen moeten verschijnen om voor hen van mij te getuigen. 10Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd.

 

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Indonesië en Mexico (no 38 en 39 O.D); Jeruzalem; kindsoldaten

de dichtbije samenleving - Europees Parlement; pastorale zorg aan zieken; Pelgrim

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

Donderdag 22 maart 2018

 

Psalm 34, 1 – 4

1Van David, toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg. 2De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof. 3Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER, de nederigen zullen het met vreugde horen. 4Roem met mij de grootheid van de HEER, sluit u aan om zijn naam te verheffen.

 

Marcus 13, 11 – 32

11Wanneer jullie worden weggevoerd om te worden uitgeleverd, maak je dan vooraf geen zorgen over wat je zult gaan zeggen; zeg wat jullie op dat tijdstip wordt ingegeven, want jullie zijn het niet die dan spreken, maar het is de heilige Geest. 12De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. 13Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered. 14Wanneer jullie de “verwoestende gruwel” zien staan waar hij niet hoort (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; 15wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog iets uit zijn huis mee te nemen, 16en wie op het land is moet niet naar huis gaan om zijn mantel te halen. 17Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! 18Bid dat het niet in de winter gebeurt, 19want zulke verschrikkingen als er in die tijd zullen plaatsvinden, zijn er sinds het begin van Gods schepping nooit geweest en zullen er ook nooit meer komen. 20En als de Heer die tijd niet had verkort, zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen, die hij tot de zijnen heeft gemaakt, heeft hij die tijd verkort. 21Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias,” of: “Daar is hij,” geloof het dan niet, 22want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die tekenen en wonderen zullen verrichten om Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 23Jullie moeten oppassen, ik heb het jullie allemaal van tevoren gezegd. 24Maar in de dagen na de verschrikkingen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, 25de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 26Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en luister. 27Dan zal hij de engelen eropuit sturen om zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeen te brengen, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel. 28Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. 29Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. 30Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 31Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 32Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Verenigde Arabische Emiraten en Bangladesh(No 40 en 41 O.D.); jongeren in Israël en de bezette gebieden;

de dichtbije samenleving – Mercy Ships; zomerkampvoorbereidingen; hulpverleners in Zoetermeer; ouders van een vermoord kind

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

Vrijdag 23 maart 2018

 

Psalm 118, 1 – 4

1Loof de HEER, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw. 2Laat Israël zeggen:

‘Eeuwig duurt zijn trouw’ – 3het huis van Aäron zeggen: ‘Eeuwig duurt zijn trouw’ – 4wie de HEER vreest, zeggen: ‘Eeuwig duurt zijn trouw.’

 

Marcus 13, 33 – 14, 11

33Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. 34Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden. 35Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. 36Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt. 37Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam!’

14-1De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. 2Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand. 3Toen hij in Betanië in het huis van Simon – degene die aan huidvraat had geleden – aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd. 4Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? 5Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit. 6Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. 7Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn. 8Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. 9Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’ 10Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. 11Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.

 

 

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Algerije en China (No 42 en 43 O.D.); recht voor minderheden; Syrië

de dichtbije samenleving – Zij die geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven; inloophuis; dementerenden in Zoetermeer; mantelzorgers

en noemen de namen va