40 dagen biddend op weg naar Pasen: week 1 - 2018

 

Woensdag 14 februari 2018


Psalm 65, 1-6

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. Een lied.  2 U gewijd zij stilte en lofzang, o God, die woont op de Sion; ingelost de gelofte aan U. 3 O hoorder van het gebed, voor u moet de sterveling treden: 4 had het kwade macht over mij, Gij verzoent wat wij hebben misdreven. 5 Gelukzalig die Gij verkiest, die Gij noodt in uw hoven te wonen; in ons daalt de weldaad van uw huis, de heiligheid van uw tempel. 6 Ontzagwekkend, gerechtigheid zelf, komt uw woord tot ons, God die ons redde, toeverlaat - tot de einden der aarde, tot de verste grenzen der zee.

Marcus 1: 1-20

1Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. 2Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. 3Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’ 4Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. 5Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. 6Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. 7Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. 8Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’ 9In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. 10Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, 11en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 12Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. 13Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. 14Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. 15Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ 16Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 19Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem.

We bidden in ieder geval voor:

de wereld – Noord-Korea (O.D. no 1); de Verenigde Naties; het Rode Kruis

de dichtbije samenleving – ziekenhuis ’t Lange land; werklozen;om hoop voor de mensen in het Midden-Oosten die lijden en uitzichtloosheid ervaren. Dat ze hoop, liefde en troost mogen vinden

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

Donderdag 15 februari 2018

 

Psalm 117

1 Looft de Heer, alle gij volken, roemt Hem, alom ter wereld: 2 ons omgeeft zijn genade, grootmachtig, en de trouw van de Heer staat voor eeuwig. Godlof!

Marcus 1: 21- 42

21Ze gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. 22Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. 23Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: 24‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ 25Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 26De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. 27Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.’ 28Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea. 29Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes. 30Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 31Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen. 32’s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe; 33alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 34Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was. 35Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. 36Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen hem vlug achterna, 37en toen ze hem gevonden hadden zeiden ze tegen hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ 38Toen zei hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’ 39In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit. 40Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 41Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 42En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein.

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Afghanistan (O.D No 2); Vrede in Europa; vluchtelingengroepen

de dichtbije samenleving – Gemeentebestuur; bureaus jeugd en gezin; voor de weldoeners aan (wereld)diaconaat en goede doelen, zoals meewerken in de Pelgrimshoeve en spullen maken voor verkoop.

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft

 

Vrijdag 16 februari 2018


Psalm 5, 2 - 6

2 Hoor naar mijn woorden, Heer, versta mijn smartelijk klagen; 3 sla acht op mijn roepen om hulp, Gij zijt mijn koning, mijn God: laat mij tot u mogen bidden. 4 Heer, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens breng ik het voor U; wachtende zie ik uit. 5 Gij immers zijt niet een god bij wie laagheid ingang kan vinden, bij u kan het boze niet wonen, 6 eigenwaan houdt geen stand voor uw blik, Gij haat elk die verraderlijk handelt; 7 Gij vernietigt wie leugentaal spreekt, de Heer gruwt van wie moorden en bedriegen. 8 Zelf zal ik, door uw rijke genade, mogen binnengaan in uw huis, tot uw heiligdom mij mogen buigen in vreze voor wie Gij zijt.

Marcus 1, 43 – 2, 17

43Jezus stuurde de gereinigde man weg met de ernstige waarschuwing: 44‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 45Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen.

1Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. 2Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun Gods boodschap. 3Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. 4Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. 5Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ 6Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: 7Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! 8Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? 9Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? 10Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: 11‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 12Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien,’ zeiden ze. 13Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar hem toe, en hij onderwees hen. 14Toen hij verderging zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem. 15Op een keer was hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden hem. 16Toen de farizese schriftgeleerden zagen dat hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet hij met tollenaars en zondaars?’ 17Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

We bidden in ieder geval voor

de wereld – Somalië (no 3 O.D) – 250.000 kindsoldaten; VN-soldaten in Mali – Terrorismebestrijding

de dichtbije samenleving - voor mensen met beperkingen, voor mensen die langdurig of chronisch ziek zijn; Bijbelvertaalwerk NBG/KBS; De Pelgrim

en noemen de namen van hen die God ons in het hart geeft